dinsdag 24 december 2013

Taalkwesties

In de loop van mijn opleiding heb ik enkele twijfelgevallen in de Nederlandse taal gevonden.

Een inwoner van Pruisen: 
Een Pruis, een Pruisisch inwoner
Ik twijfelde erg bij dit woord toen mijn jongere zus mij vroeg hoe je een inwoner van Pruisen noemde. Ik kon zelf geen antwoord geven en heb het dus even opgezocht.

Gevonden op: Link

Het verschil tussen grote en grootte:
Grootte is een zelfstandig naamwoord en grote is een bijvoeglijk naamwoord.
=> Een grote boom
=> een boom op ware grootte

Gevonden op: Link

Hun of hen? 
 * Het persoonlijk voornaamwoord hen gebruiken we in 2 gevallen.
Namelijk na een voorzetsel en als lijdend voornaamwoord.
=> Is alles goed met hen?
=> Zijn slaat hen.
* Het persoonlijke voornaamwoord hun gebruiken we als een meewerkend voorwerk.
Bij een meewerkend voorwerp kan het er vaan een voorzetsel bij denken.
=> Ik geef hun de stoel. (hun = 'aan hen')
=> Amerika is hun te ver. (hun = 'voor hen')
=> Hij drinkt hun te veel. (hun = volgens hen, wat hen betreft)

Als alternatief kan je altijd nog 'ze' gebruiken in de plaats van hun en hen.

Gevonden op: Link

A4'tje of A4-tje ? 
De juiste spelling is A4'tje.

Gevonden op: Link

Barbeque of barbecue? 
De juiste schrijfwijze is barbecue!

Gevonden op: Link 

Hopelijk heb je iets bijgeleerd. Ik alvast wel! 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten